Sinds 9 april 2018 is het in Den Haag op 13 plekken verboden om softdrugs te gebruiken in de openbare ruimte. Het betreft vooral gebieden waar veel publiek komt (met name toeristen) zoals: het centrum, delen van Scheveningen (waaronder de gehele kuststrook), Escamp en Laak. Het instellen van het blowverbod is één van de maatregelen om (drugs)overlast in de stad aan te pakken.

De gemeente Den Haag is met het verbod op softdrugs in de openbare ruimte landelijk niet de eerste, maar gaat wel verder dan andere gemeenten zoals Amsterdam, Rotterdam en Heerlen. In 2011 was al door de gemeente Amsterdam een poging ondernomen om een plek aan te wijzen waar het verbod op het gebruik van softdrugs zou gelden. Hiervoor was een wijziging nodig in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Die werd bij uitspraak van 13 juli 2011 door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2011:BR1425) onwettig verklaard. Het verbod om softdrugs te “gebruiken” of “openlijk voorhanden” te hebben was al geregeld in artikel 3, lid c van de Opiumwet. Volgens de redenering was er voor een aparte APV-bepaling daarom geen ruimte.

Daar kwam verandering in op 17 november 2015 toen de Hoge Raad bepaalde dat een op grond van de APV ingesteld verbod toch niet in strijd is met de Opiumwet, voor zover dit verbod ziet op het “gebruiken” van softdrugs (ECLI: NL:HR:2015:3328). Sindsdien kan er op het “gebruik” van softdrugs gehandhaafd worden in aangewezen gebieden. Voor het “voorhanden hebben” van softdrugs, blijft de APV onverbindend en geldt de Opiumwet. Na de uitspraak van de Hoge Raad heeft het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) besloten om de feitcode voor het beboeten van het openbare gebruik van softdrugs in een door het college aangewezen gebied weer open te stellen. Kort daarop heeft de gemeente Amsterdam een blowverbod ingesteld voor kinderspeelplaatsen en schoolpleinen.

Net als in Amsterdam kwamen er in de gemeente Den Haag de afgelopen jaren uit verschillende stadsdelen veel klachten binnen over stank- en geluidsoverlast door blowende mensen. Spraakmakend was de petitie van de bewoners om het Meester de Bruinplein waarin geëist werd dat er geen groepen blowende jongeren meer rondhingen. Om de overlast te verminderen en gelet op de uitspraak van de Hoge Raad uit 2015, wilde Den Haag ook een verbod op het gebruik van softdrugs instellen door middel van de APV. De gemeente Den Haag had al een artikel in de APV staan voor “Verboden gebruik van drank of softdrugs” (artikel 2:48), maar in lid 3 klopte de strafbaarstelling (nog) niet. Artikel 2:48 lid 3 had niet alleen betrekking op het “gebruiken” van softdrugs, maar ook op het “openlijk voorhanden” hebben daarvan. Artikel 2:48 lid 3 moest daarom worden aangepast.

De gemeenteraad van Den Haag stemde op 18 mei 2017 in met de wijziging van artikel 2:48, lid 3 (Verboden gebruik van drank of softdrugs) in de APV. Met de wijziging kreeg het College van Burgemeester en Wethouders de juridische mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar gehandhaafd kan op het gebruik van softdrugs. Maar zolang het College van Burgemeester en Wethouders geen gebieden had aangewezen, kon er niet gehandhaafd worden op het verbod. Het was dus de taak van de gemeente en de politie om zo snel mogelijk te onderzoeken welke gebieden aangewezen moesten worden voor het verbod. Zij kwamen tot de conclusie dat veel van deze gebieden ook een overlap hebben met de aangewezen gebieden waar een verbod geldt voor het gebruik van alcohol in de openbare ruimte. De aangewezen gebieden werden uiteindelijk op 9 april 2018 door het “demissionaire” College van Burgemeester en Wethouders vastgesteld. Het verbod van het gebruik van softdrugs ging in die gebieden per direct in.

Direct na de instelling van het verbod is door de gemeente Den Haag en de politie een informatiecampagne gestart. Naast een online campagne zijn er ook flyers verspreid bij coffeeshops en voorzieningen voor dak- en thuislozen. Bij verschillende hotels en hostels lagen ook een Engelstalige flyer. In april kregen overtreders nog een waarschuwing om aan de maatregel te wennen.

De politie doet de handhaving van het “blowverbod”. Wie het verbod overtreedt, kan een boete krijgen of een alternatieve straf. Het “blowverbod” geldt voor twee jaar. Daarna wordt bekeken of het verlengd moet worden. In de tussentijd zullen gemeente en politie het verbod elk half jaar monitoren en aanpassen wanneer dat nodig is.

 

Meer lezen?

Hier lees je onze andere artikelen op het gebied van handhaving van veiligheid en leefbaarheid.

Juridische diensten

Voor het uitbesteden van uw handhavingsdossiers, gedegen juridisch advies, inhuur van interim handhavingsjuristen, opstellen van uitvoerbaar handhavingsbeleid, aanpak van adreskwaliteit, verbetering van recreatieterreinen en snippergroenprojecten is MB-ALL uw partner.