Snippergroen; Basisregistratie Personen; Buitengewoon Opsporingsambtenaar; opsporingsambtenaar; BOA-opleiding; toezichthouder gemeente; MB-ALL; Drank- en Horecawet handhaving; handhaving en toezicht; toezicht recreatie; handhavingsjuristen; detachering; permanente bewoning; fiscalisten; handhaving gemeente

Wet bevordering mediation in het bestuursrecht: een update

Mediation is de afgelopen jaren steeds meer in zwang gekomen als een vorm van alternatieve geschilbeslechting voor bezwaarschrift- en beroepsprocedures. Om op deze ontwikkeling in te spelen, had het toenmalige Tweede Kamerlid Van der Steur (VVD) in 2013 het initiatiefvoorstel ingediend tot invoering van de Wet bevordering van mediation in het bestuursrecht om de rol van mediation tijdens bestuursrechtelijke procedures te versterken.

In essentie kwam het wetsvoorstel erop neer dat in een nieuw art. 7:3a Awb wordt bepaald dat het bestuursorgaan belanghebbenden in de gelegenheid kan stellen om deel te nemen aan mediation (art. 7:3a lid 1 Awb). Het bestuursorgaan stelt daarvan in ieder geval de indiener van het bezwaarschrift op de hoogte alsmede de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht (art. 7:3a lid 2 Awb). Om door een mediationtraject niet in het gedrang te komen met de wettelijke termijn waarbinnen op het bezwaar moet worden beslist, zou aan art. 7:10 lid 4 een extra uitstelgrond sub d worden opgenomen: “Verder uitstel is mogelijk voor zover dit nodig is in verband met de deelneming door een of meer belanghebbenden aan mediation (…)”. Indien geen mediation heeft plaatsgevonden, moet dit gemotiveerd worden in beslissing op het bezwaar (aldus een nieuw toe te voegen zinsnede aan art. 7:12 lid 1 Awb). Het wetsvoorstel strekt zich ook uit tot de beroepsfase door middel van een nieuw in te voeren art. 8:32a Awb: “De bestuursrechter kan partijen in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan mediation op basis van een mediationovereenkomst als bedoeld in artikel 424a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, indien hem dit gelet op de aard van het geschil geraden voorkomt.”

Als partijen verklaren dat zij met behulp van een mediator gaan proberen hun conflict zelf op te lossen, wordt het onderzoek tijdens de (hoor)zitting geschorst, in de hoop dat een minnelijke schikking een formele afronding van de procedure overbodig maakt. Daarna zijn er twee mogelijkheden: of de mediation heeft resultaat (wat onder meer leidt tot intrekking van het bezwaar of beroep), of partijen kunnen hun probleem niet op eigen kracht de baas (wat leidt tot heropening van het onderzoek en een beslissing of een uitspraak).

Na de benoeming op 20 maart 2015 van Van der Steur tot Minister van Justitie en Veiligheid werd diens initiatiefvoorstel ingetrokken. Het wetsvoorstel is daarmee echter geenszins van de baan: namens de regering is opnieuw een wetsontwerp ingediend onder de naam Wet bevordering mediation. Dit wetsontwerp heeft veel weg van het oorspronkelijke initiatiefvoorstel-Van der Steur. Opvallend is dat het ontwerp veel eisen stelt aan de kwaliteit van de mediator, onder meer door de invoering van een register voor de ‘beëdigde mediator’ (een wettelijk te beschermen titel) en ook met bij AmvB nader te bepalen opleidingseisen en ‘vlieguren’ (gesproken wordt van 6 tot 12 mediations per mediator per jaar). Daarbij komt ook nog onderwerping aan tuchtrechtspraak.

Het wetsontwerp is (vergezeld van een memorie van toelichting) op 13 juli 2016 in consultatie gegaan, waarbij diverse mediators (onder andere het bestuur van Mediatorsfederatie Nederland) hun reactie konden geven op het ontwerp. Te verwachten valt dat het wetsontwerp (mede naar aanleiding van de op 30 september 2016 afgesloten consultatie) nog de nodige aanpassingen zal ondergaan. Of en zo ja, per wanneer het wetsontwerp Wet bevordering mediation in werking treedt, valt op dit moment nog niet te zeggen. In de rechtsgeleerde literatuur is de kritiek op het huidige ontwerp evenwel niet mals, zodat afgewacht moet worden of het ontwerp (ongeschonden) de eindstreep haalt.

Auteur: mr. P.H.J. (Pieter) de Jonge


Over Pieter de Jonge
Mr. P.H.J. de Jonge studeerde in 2006 cum laude af aan de Rijksuniversiteit Groningen in het Nederlands recht met als hoofdrichting Staats- en Bestuursrecht. Zijn tot artikel bewerkte scriptie werd in 2007 bekroond met de Ars Aequiprijs voor de beste wetenschappelijke publicatie van een rechtenstudent in de periode 2005/2006. Na zijn afstuderen is hij werkzaam geweest als juridisch beleidsmedewerker bij de Tweede Kamer, gemeentelijk jurist handhaving en juridisch medewerker bij een advocatenkantoor. Sinds 2008 is hij werkzaam als jurist bij MB-ALL, waar hij zich met name bezighoudt met het uitvoeren van bestuursrechtelijke handhavingstrajecten voor diverse gemeenten en omgevingsdiensten.

Meer lezen?

Hier lees je onze andere artikelen op het gebied van handhaving van veiligheid en leefbaarheid.

Onze juridische oplossingen

Voor het uitbesteden van uw handhavingsdossiers, gedegen juridisch advies, inhuur van interim handhavingsjuristen, opstellen van uitvoerbaar handhavingsbeleid, aanpak van adreskwaliteit, verbetering van recreatieterreinen en snippergroenprojecten is MB-ALL uw partner.