Wetsvoorstel verruiming sluitingsbevoegdheid Opiumwet naar de Tweede Kamer

Op 19 augustus jl. heeft minister Blok van Veiligheid en Justitie een voorstel tot wijziging van de Opiumwet naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit voorstel is voor met name de gemeentelijke praktijk van belang. Het voorstel voorziet namelijk in de verruiming van de bevoegdheid van de burgemeester om woningen en lokalen te sluiten als daarin drugsgerelateerde activiteiten plaatsvinden.

Verruiming sluitingsbevoegdheid

Het wetsvoorstel geeft aan dat sluiting mogelijk moet zijn zodra het pand een schakel vormt in de productie of distributie van drugs, ook als er (nog) geen directe gevolgen zijn voor de lokale woon- en leefomgeving. Dat is nu niet het geval, omdat artikel 13b lid 1 van de Opiumwet alleen voorziet in een mogelijkheid voor de burgemeester om woningen of lokalen tijdelijk te sluiten als daarin of op daarbij behorende erven verboden middelen worden verkocht, afgeleverd of daartoe aanwezig zijn. Er moet dus daadwerkelijk drugs aanwezig zijn in het pand. Artikel 174 van de Gemeentewet kan alleen worden toegepast bij gevaar voor de openbare orde en artikel 17 van de Woningwet is alleen bruikbaar bij een herhaalde overtreding van artikel 1a en 1b van Woningwet en dat een gevaar oplevert voor de leefbaarheid, gezondheid of veiligheid. Hiervan is vaak geen sprake als er (nog) geen drugs wordt geproduceerd of verhandeld in een pand, maar wel middelen daartoe aanwezig zijn. Het (toekomstige) gevaar voor de openbare orde, leefomgeving of veiligheid is er echter niet minder om.

Het bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel beoogt daarom artikel 13b van de Opiumwet te verruimen. Hierdoor kan de sluitingsbevoegdheid ook worden toegepast als in een woning of lokaal voorwerpen of stoffen aanwezig zijn, waarmee grootschalig of bedrijfsmatig verboden middelen kunnen worden geproduceerd. Dit is verboden op grond van artikel 10a en 11a van de Opiumwet.

Belang voor de praktijk

Of sprake is van een overtreding van artikel 10a of 11a van de Opiumwet hangt af van wat wordt aangetroffen en de omstandigheden waaronder dat gebeurt. Er moet immers sprake zijn van een strafbare voorbereidingshandeling. In dit geval betekent dat dat aannemelijk gemaakt moet worden dat degene die de betreffende stoffen of voorwerpen voorhanden heeft ook weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat deze bestemd zijn tot het plegen van een drugsdelict.

Aan de hand van de feiten en omstandigheden vindt een bestuurlijke beoordeling plaats. De politie stelt de feiten vast, waaronder ook informatie uit taps of observaties. Verder spelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder proportionaliteit, een rol.

Als besloten wordt tot een sluiting is het proces hetzelfde als nu. Dat betekent dat een last onder bestuursdwang moet worden opgelegd. Afhankelijk van de omstandigheden kan dat een directe sluiting (spoedeisende bestuursdwangtoepassing) zijn die achteraf wordt bekrachtigd. Zo niet, dan volgt een vooraankondiging van de last met een (zeer) korte zienswijzentermijn en een formeel besluit. Ook de rechtsmiddelen, te weten bezwaar, beroep en hoger beroep, blijven ongewijzigd.

Het voorstel wordt in eerste instantie behandeld in de commissie Veiligheid en Justitie. Wij houden u op de hoogte van de voortgang.

Auteur: mr. Marieke Schuurman

Meer lezen?

Hier lees je onze andere artikelen op het gebied van handhaving van veiligheid en leefbaarheid.

Juridische diensten

Voor het uitbesteden van uw handhavingsdossiers, gedegen juridisch advies, inhuur van interim handhavingsjuristen, opstellen van uitvoerbaar handhavingsbeleid, aanpak van adreskwaliteit, verbetering van recreatieterreinen en snippergroenprojecten is MB-ALL uw partner.