Art. 5:39 Awb en de concentratie van rechtsbescherming

In de praktijk komt het geregeld voor dat een dwangsombesluit nog niet onherroepelijk is, terwijl er al wel dwangsommen zijn verbeurd waarvoor een invorderingsbeschikking wordt uitgevaardigd. De wetgever achtte het onwenselijk dat in dit geval afzonderlijke juridische procedures tegen deze beide besluiten worden gevoerd en heeft daarom in art. 5:39 lid 1 Awb als uitgangspunt neergelegd dat een bezwaar, beroep of hoger beroep tegen een last onder dwangsom mede betrekking heeft op een beschikking omtrent de invordering van de dwangsom, voor zover deze wordt betwist. De invorderingsbeschikking wordt dan als het ware ingevoegd in de lopende procedure tegen het dwangsombesluit. ABRvS 21 augustus 2013, zaaknr. 201300829/1/A1 spreekt in dit kader van een “beroep van rechtswege”.

Terecht, omdat dit beroep direct voortvloeit uit art. 5:39 Awb. Een herroeping of vernietiging van het dwangsombesluit strekt zich ook uit tot de connexe invorderingsbeschikking(en) aangezien hieraan alsdan de rechtsgrondslag komt te ontvallen.

Verkeert de procedure tegen het dwangsombesluit reeds in beroep of hoger beroep, dan dient de belanghebbende die een invorderingsbeschikking wenst te betwisten (zo mogelijk) een afschrift van deze invorderingsbeschikking aan de betreffende bestuursrechter te overleggen (art. 5:39 lid 3 Awb). De Afdeling heeft echter bepaald dat ook het bestuursorgaan ter zake een informatieplicht heeft door de bestuursrechter actief te informeren omtrent een genomen invorderingsbeschikking (ABRvS 20 juli 2011, zaaknr. 201010291/1/H3). In diezelfde uitspraak nam de Afdeling ook een herinneringsplicht aan voor de bestuursrechter door te overwegen dat uit een oogpunt van processuele rechtszekerheid het voor partijen in de rede ligt dat de rechtbank na de aanhangigmaking van het beroep tegen het dwangsombesluit, het college aan art. 5:39 Awb herinnert en daarbij verzoekt eventuele invorderingsbesluiten en daartegen bij hem gemaakte bezwaren zo spoedig mogelijk naar de rechtbank te zenden.

Voor de overtreder die een invorderingsbeschikking ontvangt en deze betwist, zal het niet altijd duidelijk zijn dat hij geen afzonderlijk bezwaarschrift hoeft in te dienen gelet op de regeling van art. 5:39 Awb. In de praktijk gebeurt dit geregeld toch. Indien tegen het onderliggende dwangsombesluit op dat moment al beroep of hoger beroep aanhangig is, dient het bestuursorgaan in dat geval het bezwaarschrift door te zenden aan de betreffende bestuursrechter (art. 6:15 Awb). Stuurt het bestuursorgaan het bezwaarschrift niet door, maar neemt het zelf hierop een besluit, dan oordeelt de Afdeling dat het besluit op bezwaar inzake de invorderingsbeschikking in strijd met de wet is genomen en door de bestuursrechter vernietigd dient te worden (ABRvS 4 april 2012, zaaknr. 201106064/1/A1).

Overigens is de bestuursrechter die het (hoger) beroep tegen het dwangsombesluit behandelt, niettegenstaande de concentratie van rechtsbescherming van art. 5:39 lid 1 Awb, niet te allen tijde verplicht om ook uitspraak te doen inzake de invorderingsbeschikking. Art. 5:39 lid 2 Awb bepaalt immers dat de administratieve rechter de beslissing op het beroep of hoger beroep tegen de beschikking tot invordering terug kan verwijzen naar een ander orgaan, indien behandeling door dit orgaan gewenst is. Indien bijvoorbeeld pas in (hoger) beroep alsnog ingewikkelde feitelijke geschilpunten rijzen, kan de rechter het wenselijk achten dit eerst in lagere instantie te laten behandelen. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, blz. 71) wordt als voorbeeld genoemd het geval waarin de rechtbank het beroep verwijst naar de bezwaarschriftprocedure om het eerst te doen behandelen als bezwaar, indien de rechtbank zulks nuttig acht.

De wet bepaalt overigens niets over de termijn waarbinnen de betwisting van de invorderingsbeschikking moet plaatsvinden. Uit de jurisprudentie volgt dat hiervoor geen fatale termijn geldt en dat de betwisting zelfs nog tijdens het onderzoek ter zitting in hoger beroep kan plaatsvinden (ABRvS 27 december 2012, zaaknr. 201203265/1/A1 en ABRvS 14 januari 2015, zaaknr. 201401826/1/A1).

Art. 5:39 leden 1, 2 en 3 Awb zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek om voorlopige voorziening (art. 5:39 lid 4 Awb). Als de invorderingsbeschikking wordt gegeven op een moment dat er een verzoek om voorlopige voorziening ten aanzien van de last onder dwangsom aanhangig is, dan heeft dit verzoek derhalve mede betrekking op een betwiste invorderingsbeschikking. Volgens de Afdeling heeft ook het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen een besluit waarbij een nieuwe begunstigingstermijn wordt verbonden aan de last onder dwangsom mede betrekking op de invorderingsbeschikking (ABRvS 13 juni 2012, zaaknr. 201102842/1/A4). Art. 5:39 Awb is volgens de rechtspraak eveneens van toepassing als beroep wordt ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het dwangsombesluit. Dat volgt (impliciet) uit de uitspraak ABRvS 28 september 2011, zaaknr. 201101451/1/H1. Ook de niet-ontvankelijkverklaring van een (hoger) beroep inzake het dwangsombesluit wegens het niet-tijdig betalen van griffierecht leidt tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep van rechtswege ex art. 5:39 lid 1 Awb tegen de invorderingsbeschikking (ABRvS 16 mei 2012, zaaknr. 201108510/1/A1).

Niet onvermeld tot slot kan blijven de uitspraak ABRvS 19 december 2012, Gst. 2013 (7383), nr. 18 m.nt. IJdema (bevestigd in ABRvS 6 november 2013, zaaknr. 201301822/1/A1), waarin de Afdeling oordeelde dat uit een oogpunt van concentratie van rechtsbescherming art. 5:39 Awb óók geldt indien het bestuursorgaan besluit om niet tot invordering over te gaan of dat weigert. Deze uitspraak is met name van belang indien er sprake is van een derdebelanghebbende (zoals de verzoeker tot handhaving) die ex art. 5:37 lid 2 Awb aan het bestuursorgaan verzocht heeft om tot invordering over te gaan. In een dergelijk geval kan de rechter in het (hoger) beroep tegen het dwangsombesluit dan op grond van art. 5:39 Awb tevens de weigering om tot invordering over te gaan beoordelen.

Auteur: mr. P.H.J. (Pieter) de Jonge

Meer lezen?

Hier lees je onze andere artikelen op het gebied van handhaving van veiligheid en leefbaarheid.

Juridische diensten

Voor het uitbesteden van uw handhavingsdossiers, gedegen juridisch advies, inhuur van interim handhavingsjuristen, opstellen van uitvoerbaar handhavingsbeleid, aanpak van adreskwaliteit, verbetering van recreatieterreinen en snippergroenprojecten is MB-ALL uw partner.