Auteur: David Volmer. In strijd tegen autobranden zet Leidschendam  extra cameratoezicht in. In Vijfheerenlanden geeft men aan succes te hebben met cameratoezicht tegen auto-inbraken. In Eindhoven is overlast en criminaliteit als sneeuw voor de zon verdwenen na het instellen van cameratoezicht. Is het cameratoezicht echt zo effectief? Als dat zo was geweest dan hoefden we alleen maar naar dit middel te grijpen en dan zou overlast en criminaliteit flink worden ingedamd. De praktijk is weerbarstiger.

Het vraagstuk voor het instellen van cameratoezicht is altijd de balans vinden tussen het bewaken van de privacy (grondwettelijk) en het belang dat gemoeid is bij het doel van het cameratoezicht. Neem nu de bovenstaande voorbeelden. Die komen voort uit het tegengaan van overlast en criminaliteit. “In het belang van de openbare orde” wordt er dan gezegd. Dit wordt dan zwaarder gewogen dan het belang van de privacy.

Wanneer weegt openbare orde zwaarder?

Er is geen vastomlijnde definitie van het begrip openbare orde. De wetgever heeft dit bewust niet gedefinieerd en aan het bevoegde gezag gelaten. Maar uit de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur zijn wel aanknopingspunten te halen. Zo dient bij de beoordeling van deze vraag te worden gerealiseerd dat bij verstoring van de openbare orde ook altijd sprake is van een verstoring van de rechtsorde. Maar niet alle strafbare feiten leveren automatisch een verstoring van de openbare orde op. Pas als de normale gang van zaken in het openbare leven betekenisvol wordt verstoord zijn strafbare feiten ook een verstoring van de openbare orde. Het gaat daarbij ook niet zozeer om de strafbare feiten zelf maar om het effect van die feiten op het openbare leven. Dit houdt in dat het altijd moet gaan om het algemeen belang dat wordt geschaad. Alleen het schaden van individuele belangen is, hoewel uiteraard heel vervelend voor de betrokkenen, nog geen verstoring van de openbare orde. Er moet een fysiek effect van hinder of gevaar zijn voor het normale openbare leven wil je mogen spreken van een openbare orde verstoring. In een dergelijk geval kan je de openbare orde zwaarder laten wegen dan het belang van de privacy.

Maatschappij kijkt anders aan tegen camera’s

Maar de maatschappelijke context is ook aan verandering onderhevig. Vroeger werd er heel anders tegen camera’s aangekeken en had iedereen er een mening over. Tegenwoordig heeft iedereen op een of andere manier wel een camera. Zo bestaat de camera op je telefoon pas 20 jaar. Maar zijn beveiligingscamera’s bij je woning of bedrijf ook normaal. En vergeet ook niet de deurbel met ingebouwde camera die tegenwoordig in het straatbeeld te vinden is. Je kan best stellen dat een camera een onderdeel is geworden in het dagelijks leven. En dat merk je ook ten aanzien van de inzet van cameratoezicht. Het is steeds normaler dat camera’s worden ingezet. Daarin huist ook meteen een risico. De roep om cameratoezicht of het normaal vinden daarvan moet niet tot gevolg hebben dat het middel ondoordacht ingezet wordt of in stand gehouden wordt.

Cameratoezicht als doordacht middel

Het blijft een middel met hoge kosten en – bij verkeerd gebruik – weinig rendement. Zoals gezegd ontkom je er niet aan om de privacy goed af te wegen. Laten we voorkomen dat het cameratoezicht als normaal wordt gezien en elkaar scherp houden over de inzet daarvan. Als er goed over nagedacht wordt en het een onderdeel van een groter geheel is dan is de inzet van een camera efficiënt.

David Volmer

David Volmer

Veiligheid- en handhavingsjurist

T. 0346 583 070

Meer lezen?

Hier lees je onze andere artikelen op het gebied van handhaving van veiligheid en leefbaarheid.