Inleiding

Uit artikel 5:20 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) volgt dat een ieder verplicht is aan een toezichthouder binnen de door die toezichthouder gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die hij redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Een toezichthouder mag zonder voorafgaande toestemming elke plaats die geen woning betreft – en in sommige gevallen zelfs een woning (zie bijvoorbeeld artikel 5.13 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) – betreden (artikel 5:15 Awb). Verder mogen toezichthouders onder meer inlichtingen en inzage van zakelijke gegevens en bescheiden vorderen (artikel 5:16 en 5:17 Awb).

Over de bevoegdheid tot handhaving van deze zogenoemde medewerkingsplicht is op 18 augustus 2020 een uitspraak gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2020:2705). Blijkbaar worstelt (een deel van) de rechtspraktijk met deze materie. Dit blogbericht beoogt een overzicht van de bevoegdheden tot handhaving van de medewerkingsplicht te verschaffen.

Eerst bespreek ik de hiervoor genoemde uitspraak, waarna ik uiteenzet op welke wijze een overtreding van de medewerkingsplicht gesanctioneerd mag worden. Vervolgens sta ik kort stil bij een wetsvoorstel inzake de handhaving van de medewerkingsplicht en volgt tot slot een samenvatting.

 

Uitspraak voorzieningenrechter rechtbank Overijssel

Een zorginstelling had volgens het college van burgemeester en wethouders van Almelo (hierna: het college) onvoldoende medewerking verleend aan een van zijn toezichthouders. Het college meende op grond van artikel 125 lid 1 Gemeentewet in samenhang met artikel 5:32 lid 1 Awb in het algemeen bevoegd te zijn tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van de medewerkingsplicht. Aan de zorginstelling werd dan ook een last onder dwangsom opgelegd van € 1.000,- per dag, met een maximum van € 250.000,-. Was het college daartoe bevoegd?

Volgens de voorzieningenrechter was het college niet bevoegd om de last onder dwangsom op te leggen. Alleen indien bij of krachtens de wet de bevoegdheid tot het sanctioneren van de overtreding van artikel 5:20 lid 1 Awb aan het college is toegekend, mag het overgaan tot handhaving. Dit volgt uit artikel 5:4 lid 1 Awb. Het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom werd dan ook geschorst omdat het naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter onrechtmatig was.

 

Mogelijke sancties

Strafvervolging

De overtreding van de medewerkingsplicht is strafbaar gesteld in artikel 184 lid 1 Wetboek van Strafrecht. Wie bewust onvolledig en/of niet tijdig zijn medewerking verleent aan een toezichthouder, riskeert een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Deze strafbepaling is van toepassing zodra de medewerkingsplicht opzettelijk wordt geschonden en staat los van de hierna te noemen bestuursrechtelijke sancties. Strafvervolging mag gecombineerd worden met niet-punitieve sancties, maar niet met een bestuurlijke boete (artikel 243 lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Bestuurlijke boete

In sommige gevallen is een bestuursorgaan bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 5:20 lid 1 Awb. Deze bevoegdheid is onder meer neergelegd in artikel 18.16q Wet milieubeheer en artikel 1.72 Wet kinderopvang. De bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie. Een bestuurlijke boete mag, indien het bestuursorgaan daartoe bevoegd is, gecombineerd worden met niet-punitieve sancties. Het bestuursorgaan mag geen bestuurlijke boete opleggen aan de (vermeende) overtreder van de medewerkingsplicht waartegen al een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd (artikel 5:44 lid 1 Awb).

Last onder bestuursdwang

In veel bijzondere wetten is aan een bestuursorgaan de bevoegdheid toegekend om een last onder bestuursdwang op te leggen wegens overtreding van de medewerkingsplicht. Uit artikel 5:32 Awb volgt dat een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in beginsel in plaats daarvan kan kiezen voor een last onder dwangsom. Een last is geen punitieve sanctie maar een herstelsanctie. Hij mag gecombineerd worden met niet-punitieve sancties en één bestraffende sanctie, zoals strafbeschikking of bestuurlijke boete.

Enkele voorbeelden van bijzondere wetten die de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de medewerkingsplicht toekennen aan bestuursorganen zijn:

  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 5.14);
  • Drank- en Horecawet (artikel 44);
  • Opiumwet (artikel 13c);
  • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (artikel 4.3.3); en
  • Jeugdwet (artikel 9.5).

 

Intrekking van beschikkingen

Tot slot wordt in veel bijzondere wetten de bevoegdheid tot intrekking van beschikkingen wegens overtreding van de medewerkingsplicht toegekend aan bestuursorganen. Deze sanctie is in beginsel niet punitief. Daarom mag de intrekking gecombineerd worden met strafvervolging en/of, indien daartoe de bevoegdheid bestaat, de hiervoor genoemde bestuursrechtelijke sancties.

Bestuursorganen zijn onder meer bevoegd tot intrekking van de:

  • aanwijzing als school (artikel 1a Leerplichtwet 1969);
  • erkenning van een rechtspersoon die gerechtigd is tegen betaling motorrijtuigen te naam te stellen in het kentekenregister (artikel 65 Wegenverkeerswet 1994);
  • toekenning van een tegemoetkoming in de schade die is veroorzaakt door een ramp (artikel 10 Wet tegemoetkoming schade bij rampen);
  • toestemming voor het verzorgen van een commerciële omroepdienst (artikel 3.4 Mediawet 2008); en
  • vergunning die is verleend aan een particulier om precursoren voor explosieven, waarvoor een beperking geldt, in te voeren, in bezit te houden of te gebruiken (artikel 7 Wet precursoren voor explosieven).

Nieuwe wetgeving

Op dit moment wordt een wetsvoorstel (35256) door de Tweede Kamer behandeld dat onder meer voorziet in de toevoeging van een derde lid aan artikel 5:20 Awb. Deze bepaling verleent een algemene bevoegdheid aan het bestuursorgaan, onder verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder in de zin van artikel 5:20 lid 1 Awb werkzaam is, tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de medewerkingsplicht.

Voor de hiervoor genoemde bestuurlijke boete en intrekking van beschikkingen blijft gelden dat de bevoegdheid daartoe wel expliciet bij of krachtens de (bijzondere) wet moet zijn toegekend aan het bestuursorgaan.

Dit derde lid van artikel 5:20 Awb zal in beginsel tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking treden. Op dit moment is de geplande datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet 1 januari 2022.

Samenvatting

Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door die toezichthouder gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die hij gelet op zijn bevoegdheden redelijkerwijs kan vorderen. Toezichthouders hebben vergaande bevoegdheden, zoals het vorderen van inlichtingen en inzage van zakelijke gegevens en bescheiden. De bevoegdheid tot handhaving van deze medewerkingsplicht zorgt, zo blijkt uit de in dit blogbericht besproken uitspraak van 18 augustus 2020, voor de nodige discussies.

Op dit moment bestaat er slechts één algemene bevoegdheid tot handhaving van de medewerkingsplicht, namelijk strafvervolging. Voor bestuursrechtelijke sancties, bestaande uit de bestuurlijke boete, last onder bestuursdwang en intrekking van beschikkingen, geldt dat bestuursorganen steeds in bijzondere wetten moeten nagaan of zij daartoe bevoegd zijn. Indien bestuursrechtelijke sancties zijn toegestaan, moeten bestuursorganen beoordelen of het om (niet-)punitieve sancties gaat. Herstelsancties mogen met elkaar gecombineerd worden. Ook is het toegestaan om herstelsancties te combineren met één bestraffende sanctie, zoals de bestuurlijke boete.

Naar verwachting wordt er op 1 januari 2022 een derde lid aan artikel 5:20 Awb toegevoegd. Daarin krijgen bestuursorganen, onder verantwoordelijkheid waarvan een toezichthouder werkzaam is, een algemene bevoegdheid om bij overtreding van de medewerkingsplicht een last onder bestuursdwang op te leggen.

Kharazm Rahimian

Kharazm Rahimian

Handhavingsjurist

T. 0346 583 070

Meer lezen?

Hier lees je onze andere artikelen op het gebied van handhaving van veiligheid en leefbaarheid.