Gemeenten moeten zich voorbereiden op veranderende toezichtstaak

Auteur S. van den Nieuwenhuijzen

Op 17 januari 2019 nam minister van Binnenlandse Zaken, Kajsa Ollongren een belangrijke hobbel op weg naar de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Zij kwam met de Vereniging Nederlandse Gemeenten tot een bestuursakkoord over onder meer de rol van gemeenten onder de nieuwe wet en de inpassing in de Omgevingswet.

Verschuiving
Onder de nieuwe Wet verandert de rol van het bevoegd gezag als vergunningverlener. Op grond van artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toetst het bestuursorgaan thans of het op basis van de aanvraag voldoende aannemelijk is dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld in het Bouwbesluit 2012.

In het voorziene stelsel blijft bij de vergunningverlening de toets van de aanvraag aan de bouwtechnische voorschriften door het bevoegd gezag achterwege. De minister en de VNG zijn gezamenlijk tot de gedeelde visie gekomen dat toepassing van een toegelaten instrument voor kwaliteitsborging door een private kwaliteitsborger, een gerechtvaardigd vertrouwen geeft dat het bouwwerk zal voldoen aan de bouwtechnische voorschriften in de hoofdstukken 2 tot en met 6 van het Bouwbesluit 2012.

Voor- en tegenstand
Als gemeentelijk handhavingsjurist heb ik van dichtbij gezien welke dilemma’s de vergunningverleners ervaren in hun dagelijkse werk. Onder externe druk van reeds geplande opleveringen en feestelijke openingen – al dan niet door bestuurders – dienen vergunningverleners het hoofd koel te houden en objectief de aannemelijkheid te toetsen. Daar slagen zij – is mijn ervaring – over het algemeen goed in. De vereiste onafhankelijkheid en objectiviteit maakte het toetsen van een vergunningaanvraag voor de activiteit bouwen tot nu toe bij uitstek tot een publieke taak.

Er is al veel geschreven en gezegd over de voordelen en nadelen van private kwaliteitsborging in de bouw, niet in de laatste plaats door recente incidenten met de parkeergarages in Eindhoven en Wormerveer.

Volgens tegenstanders van private kwaliteitsborging doet de Wkb afbreuk aan de onafhankelijke bouwtoets wanneer de kwaliteitsborger in opdracht van de aannemer zijn werk uitvoert.

Minister Olongren ziet de Wkb als het instrument om de bouwpraktijk te verbeteren en grijpt juist de recente bouwincidenten aan om dit standpunt kracht bij te zetten. De gedachte van de minister is dat de aansprakelijkheid van de aannemer voor geconstateerde gebreken voldoende prikkel is om de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 na te leven.

Koudwatervrees of niet, met het bestuursakkoord tussen de minister en de VNG is invoering van de Wet voor gemeenten weer dichterbij gekomen. Wanneer de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel is inwerkingtreding van de Wkb voorzien gelijk met de Omgevingswet per 1 januari 2021.

Toezicht en handhaving onder de Wkb
Een kwaliteitsborger vervangt niet het publieke toezicht en is geen verlengstuk van het publieke toezicht, aldus het bestuursakkoord. Het is in het nieuwe stelsel verboden een bouwwerk in gebruik te nemen binnen een periode van 10 dagen na het moment van gereedmelding en het overleggen van het dossier aan het bevoegd gezag. In feite is dit niet anders dan het huidige verbod zoals neergelegd in artikel 1.25 van het Bouwbesluit 2012.

Het wetsvoorstel bevat verplichtingen om bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen een risicobeoordeling te voegen en om bij de gereedmelding een dossier met informatie over een aantal onderdelen van het bouwwerk te overleggen (het zogenaamde ‘dossier bevoegd gezag’). De vergunninghouder legt dus inhoudelijk vooraf en achteraf verantwoording af aan het bevoegd gezag. In een nadere uitwerking in lagere regelgeving zal worden geregeld welke gegevens en bescheiden de risicobeoordeling en het dossier bevoegd gezag moeten bevatten ten aanzien van de bouwtechnische voorschriften.

In het bestuursakkoord wordt een hoofdlijn gegeven voor onderwerpen die in een risicobeoordeling aan bod moeten komen: “In de risicobeoordeling zal moeten worden ingegaan op de samenhang met andere (lokale) voorschriften zoals het bestemmingsplan/ omgevingsplan en afwijkingsverzoeken daarvan, welstand, monumenten, adviezen van de veiligheidsregio/brandweer, en de lokale toepassing van gelijkwaardigheid en maatwerkvoorschriften bij verbouw/transformatie. Voorts zal de risicobeoordeling moeten ingaan op mogelijke risico’s van het specifieke bouwwerk met betrekking tot de naleving van de bouwtechnische voorschriften, met bijzondere aandacht voor onderdelen van het bouwwerk die aan het zicht worden onttrokken.”

De risicobeoordeling kan door het bevoegd gezag worden gebruikt om de handhavende taak van waarnemen, beoordelen en interveniëren vooraf inhoud en richting te geven. De risicobeoordeling biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om het toezicht vorm te geven. In het kader van de handhavende taak kan het bevoegd gezag in voorkomende gevallen tijdens de bouw informatiemomenten en stopmomenten aan de vergunninghouder opleggen.

Richting geven aan toezicht
Om na gereedmelding niet voor voldongen feiten te worden gesteld, doen gemeenten er verstandig aan om in het handhavingsbeleid de verschillende thema’s van het Bouwbesluit (onder de Omgevingswet het Besluit bouwwerken leefomgeving) te prioriteren aan de hand van een risicoanalyse. Op die manier worden gemeenten niet te zeer afhankelijk van de risicobeoordeling door de vergunninghouder en kunnen zij op basis van een eigen afweging invulling geven aan de toezichts- en handhavingstaak.

De Wkb tornt niet aan de bevoegdheid van gemeenten om in het kader van de handhavende taak in een individueel geval specifieke verantwoordingsinformatie op te vragen en voor te schrijven op welk moment de vergunninghouder deze verantwoordingsinformatie dient te overleggen. Volgens het bestuursakkoord is het denkbaar dat het bevoegd gezag in dat kader voorschrijft dat deze informatie bij de gereedmelding wordt overgelegd, tegelijkertijd met het dossier bevoegd gezag. Ik kan me echter situaties voorstellen waarbij de toezichthouder reeds in een eerder stadium informatie zal opvragen. De algemene bevoegdheden van de toezichthouder gelden onder de Omgevingswet immers onverkort.

Vooruitlopend op de nadere regelgeving over de inhoud van de risicobeoordeling en het dossier bevoegd gezag, doet u er verstandig aan om ook zelf al na te denken over toezicht in het nieuwe stelsel en de veranderende rol van vergunningverleners en toezichthouders.

De Wkb doet evident een zwaarder beroep op de flexibiliteit van het gemeentelijke toezichts- en handhavingsapparaat. Wees dus goed voorbereid!

Bent u geïnteresseerd om ons in te zetten? Neem dan vrijblijvend contact op met Ivo Snijders via ivo@mball.nl of 06-19963606.

 

 

Op zoek naar een nieuwe uitdaging? Bekijk dan onze actuele vacatures:

 

Meer lezen?

Hier lees je onze andere artikelen op het gebied van handhaving van veiligheid en leefbaarheid.

Juridische diensten

Voor het uitbesteden van uw handhavingsdossiers, gedegen juridisch advies, inhuur van interim handhavingsjuristen, opstellen van uitvoerbaar handhavingsbeleid, aanpak van adreskwaliteit, verbetering van recreatieterreinen en snippergroenprojecten is MB-ALL uw partner.