Auteur: T. Mol

Als overtreders onder een handhavingsbesluit uit willen komen, kunnen ze dikwijls met creatieve betogen komen. Dat is voor handhavingsjuristen natuurlijk interessante kost. Een leuk voorbeeld van zo’n creatieve vondst treffen wij aan in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 5 juni jongstleden. Wat was er aan de hand? Appellanten waren door het college aangeschreven om drie illegale bouwwerken in de nabijheid van hun woonark te verwijderen. Zij waren het hier kennelijk niet mee eens en procedeerden door tot de hoogste bestuursrechter.

Het bijzondere in deze zaak is dat de strijdigheden kennelijk aan het licht waren gekomen naar aanleiding van een handhavingsverzoek van een omwonende, maar dat tijdens de procedure bij de rechtbank (ECLI:NL:RBMNE:2018:2917) bleek dat deze verzoeker helemaal geen belanghebbende was bij dit handhavingsbesluit.

Appellanten vonden het niet eerlijk dat zij desondanks met handhaving werden geconfronteerd – zeker nu de bouwwerken er al langer dan tien jaar stonden – en betoogden dat het ontbrekende belang van de klager een bijzondere omstandigheid opleverde om alsnog van handhaving af te zien. De Afdeling maakt korte metten met dit betoog. Het college heeft immers een zelfstandige bevoegdheid (en zelfs een beginselplicht: ECLI:NL:RVS:2017:31) om handhavend op te treden, en hoeft (meestal) dus niet te wachten tot een derde aan de bel trekt.

Ook het betoog dat de overtredingen gelet op de gemeentelijke handhavingsnota een lage prioriteit hebben, slaagde niet. Lage handhavingsprioriteit betekent immers niet dat er nooit tegen dergelijke overtredingen mag worden opgetreden (dat zou zelfs onredelijk handhavingsbeleid opleveren, zie ECLI:NL:RVS:2014:1982). Nu in dit geval conform de nota is gehandeld, was het college gewoon bevoegd om te handhaven.

Die laatste stap is overigens wel van cruciaal belang. Als het bevoegde gezag een terughoudend handhavingsbeleid voert (bijvoorbeeld alleen handhaven naar aanleiding van klachten of handhavingsverzoeken), maar voor één geval ineens toch uit zichzelf besluit tot handhaving, dan heeft zij wel wat uit te leggen (ECLI:NL:RBMNE:2015:2392).

Terugkerend naar de hoofdzaak: wat mij betreft is dit een logische uitspraak van de Afdeling. Het feit blijft wel dat deze overtredingen enkel aan het licht kwam door bemoeienis van een derde die daar achteraf gezien zelf weinig belang bij had. Dat dit bij appellanten een nare nasmaak achterlaat, is dan ook wel weer begrijpelijk.

Vindt u de handhaving hier terecht, of is het toch wat flauw?

Zie voor de hele uitspraak: ECLI:NL:RVS:2019:1831

Meer lezen?

Hier lees je onze andere artikelen op het gebied van handhaving van veiligheid en leefbaarheid.

Juridische diensten

Voor het uitbesteden van uw handhavingsdossiers, gedegen juridisch advies, inhuur van interim handhavingsjuristen, opstellen van uitvoerbaar handhavingsbeleid, aanpak van adreskwaliteit, verbetering van recreatieterreinen en snippergroenprojecten is MB-ALL uw partner.